De naam kent vele varianten die allemaal terug zijn te voeren op de franstalige vorm Lardenois die ook wel als l’Ardenois werd geschreven, oftewel: afkomstig uit de Ardennen dan wel de Ardenner.

Een herkomstnaam dus die voor deze familie past bij het geografisch voorkomen van de naam, namelijk dominant tussen de Maas en de Ardennen. Voor zo’n herkomstnaam is het erg onwaarschijnlijk dat alle naamdragers dezelfde stamvader hebben. Voor de huidige Nederlandse naamdragers staat echter vast dat ze vrijwel allemaal dezelfde voorvader hebben in Noorbeek en dat deze voorvader afkomstig was uit het land van Herve, een regio in de uitlopers van de Ardennen ten zuiden van de Voerstreek. De enige bekende uitzondering is een familie Lardenoij uit west-Brabant die oorspronkelijk uit Waesmunster in Belgie afkomstig is.

Aan het eind van de zestiende eeuw komt de naam Lardenois ook in Leiden en Amsterdam voor. Het betreft hier over het algemeen lakenwerkers uit de Westhoek van Vlaanderen die de protestantse leer aanhangen en in het vierde kwart van de 16e eeuw naar Leiden uitwijken onder druk van de inquisitie. De eerste Lardenois van Leiden komen uit Ieper en omgeving. Deze naamgenoten worden afwisselend Ardinoys, Ardenoys of Lardinoys genoemd.

 

De naam vindt zijn oorsprong vermoedelijk al in de vroege middeleeuwen. Aanvankelijk was het een bijnaam, zoals bij de meeste historische figuren die aangeduid werden met hun herkomst (met name adellijke personen die veel mobieler waren dan het  gewone volk).

In deze betekenis zien we de naam “van Ardenne” of “l’Ardenois” terug in de vroegst overgeleverde ridderromans. Deze rijmende verhalen over ridderlijke moed en hoofsheid ontstonden vermoedelijk in de eerste decennia van de 12e eeuw aan de Frankische ridderhoven.

Het verhaal van Karel ende Elegast is waarschijnlijk het meest bekend en gaat, zoals de titel suggereert, over Karel de Grote en ridder Elegast. Hoewel Karel heel Europa beheerste en bereisde wordt hij toch het meest geassocieerd met het Frankische kernland: de streek onder de lijn Aken-Maastricht.

De Ardennen waren koningsgoed en het favoriete jachtgebied van Karel. Het is dus niet verwonderlijk dat in de zogenaamde Karelromans de naam Ardennen veelvuldig valt. Zo ook in Karel ende Elegast.

“Doe voeric danen ende dede

Dat ic bi der lust, die ic can,

Den coninc warp enen wille an

Dat hi voer iaghen in Ardenoys”.

In de entourage van Karel leefde volgens de overlevering een ridder Ogier die meerdere malen in de ridderromans figureerde. Hij werd daarin l’Ardenois of van Ardenne genoemd maar ook verbasterd naar Danois of de Deen (La geste d’Ogier de Danemarche). Ook in de bekende historische roman” De vier Heemskinderen” figureert een ridder die “van de Ardennen” wordt genoemd (Aymon in Les quatre fils Aymon).

Het vers over ridder Elegast is oorspronkelijk omstreeks 1250 geschreven en vertoont veel overeenkomsten met “Les quatre fils Aymon”‘ zoals het speelveld in de Ardennen en de rol van Karel de Grote.

 

Maar er zijn oudere geschriften die de naam Ardenois of Ardinois bevatten.

Zo is er in 1234 een Libert Lardenois, chevalier de Villers, in het Latijns: Libertum Lardinois militem de Viller [1].

In een andere tekst: “Otton, doyen de Saint–Paul, et Hubert Corbeau, chevalier d’Awans, font savoir que Libert dit l’Ardenois, chevalier, a renoncé en faveur des chanoines de Saint-Matern à l’avouerie et à la dime d’une terre sise à Villers-l’evêque…”. In de oorspronkelijke Latijnse tekst is sprake van: “Libertus miles dictus li Ardinois”.

Ook leefde in 1234 een Thiry Lardenois de Famelette [2], kastelein van Moha, nabij Luik..

De naam was in de dertiende eeuw dus al wijd verspreid.

 

In het latere hertogdom Neder-Lotharingen vormden de Ardennen een economisch belangrijk domein waarin zich uit het nageslacht van Karel een voorname adellijke familie ontwikkelde die zich de l’Ardenois noemden en de hertogelijke titel verwierven.

In de “Brabantsche Yeesten”, een vroeg veertiende eeuwse kroniek van de Brabantse geschiedenis, worden ze vermeld als de Ardenoesche heren. Onder de titel ‘Hoe Lotherike quam ant lant van Ardennen” komen we ze tegen bij de volgende regels:

5835

Ende die keiser gaeft hem doe.
Aldus quam, als ict bekenne,
Lothrike ant lant van Ardenne,
Daer die Ardenoise bi, vele jaren,
Gheweldeghe heren af waren,
5865
Die wile hare vorders stichten.
Nu sal ic u die namen leren
Van den Ardenoeschen heren,
Die in Lothrike ende in Brabant
Regneerden metter hant

 

Het is dus duidelijk dat het om een bijnaam gaat die een geografische herkomst aanduidt. Maar het werd ook gebruikt als een erenaam om te verwijzen naar een verre afkomst uit de Ardennen of naar verre voorvaders.

Het meest sprekende is het gebruik van de naamsverwijzing in de adellijke familie de Beaufort.

Het begon met Willem de Beaufort, zoon van de heer van Spontin [3]. Deze vecht in de slag van Woeringen (1288) als vazal aan de zijde van de graaf van Luxemburg. De partij van de graaf verliest de slag aan de Hertog van Brabant maar Willem weet zich dusdanig te onderscheiden in de strijd dat hij door dichter Jan van Heelu expliciet wordt genoemd in het epos over deze historische slag [4]. In regel 5500 van dit gedicht lezen we: “ Willem hiet hi die Ardennoes “.

 

Slag bij Woeringen (1288)

Deze bijnaam dankt hij aan de afkomst van zijn ouders die afstammen van hoge en oude adel uit de Ardennen. Zijn voorouders zouden graven en hertogen van Lotharingen zijn geweest en mogelijk verwant zijn geweest aan Karel de Grote en Karel de Kale, koning van Frankrijk.

Op zijn grafsteen (1321), die helaas verdwenen is, in de kerk van Spontin zou gestaan hebben: “ …. Chy gist mess. Willaume chev(allier). Ly Ardennous[5]. Elders wordt hij Willame Ly Ardenoys sire de Spontin genoemd.

“Ly” of “li” is Waals voor “le” en “Ardennous” of “Arduennoys” komt van het Latijnse woord voor Ardennen, Arduenna.

De familie de Beaufort is aanvankelijk van bescheiden importantie maar ontwikkelt zich later tot belangrijke Belgische en Europese adel. Sinds 1782 draagt het hoofd van de familie de titel van Hertog de Beaufort-Spontin.

Er zijn verschillende takken de Beaufort uit bovengenoemde Willem voortgekomen. Een compleet overzicht van alle nakomelingen ontbreekt. Niet alle nakomelingen, bastaarden en jongere zonen schreven immers geschiedenis. Het is evenwel zeker dat sommigen de bijnaam Lardenois of Lardinois als familienaam gingen gebruiken. Onder andere een kleinzoon van Willem, ook Willem genaamd (begraven in Spontin in 1385).

In 1341 vermeldt een akte dat Johann, de zoon van Johann Lardenoye uit Sart-Bernard [6] in de markgraafschap Namen, afstand doet van claims tegen Ludwig graaf van Vianden met betrekking tot de gevangenneming van zijn vader. Het ligt voor de hand dat deze Lardenoye directe verwanten waren van de heren van Spontin. Naast de naam Willem is de naam Jean veelvoorkomend in de genealogie van de familie de Beaufort.

De familie de Beaufort pretendeerde weliswaar af te stammen van het oude hertogelijke geslacht van de Ardennen maar heeft dat nooit kunnen bewijzen.

 

Het kasteel van Spontin

Er is nog een andere adellijke familie in België met de naam Lardenois. Dit zijn baronnen en burggraven (vicomtes).  Zij noemen zich Lardenois de Ville en onder deze naam treffen we de familie al in 1255 aan als eigenaar van de heerlijkheid van Ville [7]. De familie heeft vergeefs geprobeerd voor de Hoge Raad van Adel aan te tonen dat zij verwant zijn aan de familie de Beaufort. De heraldiek (wapenkunde) heeft in deze discussie geen oplossing kunnen brengen. Een Thomas Lardenois de Ville (batard de Férot) wordt in 1527-1541 “maître de forge” genoemd. De familie was namelijk actief in de ijzerindustrie en de daarmee samenhangende bosbouw (en de productie van houtskool voor de ovens) in de Ardennen. Er bestaat ook een familiewapen met daarop een boom en een smidshamer. Wellicht toevallig, is er in 1618 een Andrieu Lardinois maître de forge in Hun, nabij Spontin.

Een van de nazaten in deze familie heeft het tot gouverneur  van Guadeloupe (1816-1823) gebracht alwaar hij aangeduid wordt met Antoine Philippe de Lardenois de Ville, comte de Lardenoy, baron de Termes, gouverneur de Guadeloupe. Zijn kinderen worden eenvoudig  “de Lardenoy” genoemd, getuige de grafsteen op het eiland Guernsey van een van de dochters: “ici repose le corps de demoselle Marie Aurore de Lardenoy, fille de ….”.

Deze Antoine Philippe was een achterkleinzoon van Guillaume Lardenois, baron de Bolandre. Bolandre ligt in de huidige provincie Luxemburg van België.

De stam Lardenois de Ville had zijn wortels in deze regio.

Zowel de voorouders als de nakomelingen van Guillaume gebruikten afwisselend de naam Lardenois en Lardenoy. De gangbare aanduiding was: NN Lardenois de Ville, comte respectievelijk vicomte de Lardenoy.

 

 

Een derde gebruiker van de bijnaam Lardenoy zien we in de familie de Dammartin, nazaten van de ridders van Lexhy bij Luik. Deze familie was actief in de lakenhandel en aan het Bourgondische hof in Dijon.

Later werden zij actief in de ijzerwinning en -handel. Het hier getoonde familiewapen is waarschijnlijk van deze familie en toont naast een smitshamer een boom die de grondstof leverde voor de ijzerproductie en de smederijen.

 

Adellijke families leverden vooral veel militairen. Zo komen we in Breda in de DTB registers van de RK Mathiaskerk in 1676 een Philippus Lar de Noy aan. Deze trouwde in 1674 in de grote kerk van Breda onder de naam luitenant Charle Lardenoy.

Dat brengt ons op de schrijfwijze en de uitspraak van de naam.

Vóór de Franse tijd zien we in officiële documenten veel variatie in de schrijfwijze, afhankelijk van de gehanteerde taal: Frans, Waals of Latijns. Of er nu Lardenois of Lardenoy geschreven werd, de uitspraak was gelijk.

Geleidelijk aan is, wellicht onder invloed van plaatselijke Waalse dialecten en doordat de herinnering aan de betekenis van de naam weggeëbd was, steeds vaker een i in de naam verschenen. In 1646 zien we in stukken voor het hof van Bolland de naam Daniel Lardinoy soms als Daniel L’ Ardinois geschreven worden.

Maar soms werd deze mutatie ook weer ongedaan gemaakt. Ter illustratie: in het doopregister in Herve zien we de kinderen van Barthelemi Lardenois en Elisabeth Rogister als volgt veranderen:

in 1718 Lardinois

in 1722 Lardinoy

in 1730 Lardennois

in 1734 Lardenoy.

 

De oudste zoon van de eerste Jan Lardinoij in Noorbeek was het schrijven kennelijk machtig want hij schreef in 1666 een keurige handtekening als Lardinoij. Daarmee deed de eerste vernederlandsing zijn intrede want Franstaligen zouden Lardinoy geschreven hebben. Kennelijk bleven onze voorouders hun naam in het frans uitspreken want meer en meer gingen pastoors en klerken de naam als Lardinois schrijven. Er zijn meerdere voorbeelden te vinden waar een document de naam Lardinois vermeldt en de persoon in kwestie een handtekening schreef als Lardinoij of Lardenoij. Kennelijk sprak de eenvoudige boer zijn naam wel in het frans uit. Dat blijkt ook uit een akte uit 1690 [8] waarin Willem, zoon van bovengenoemde Jan Lardenoij, L’ Ardennois wordt genoemd.

De tweede vernederlandsing vond plaats met de toevoeging van een e achter de naam. Dit gebeurde in de 19e eeuw bij nakomelingen van Willem Lardinois die rond 1735 van Eckelrade naar Heugem was verhuisd. Daarmee zijn de Heugemse nakomelingen van deze Willem vrijwel de enigen die de naam als “Lardenooje” uitspreken, behoudens ene Paul Lardenoye die zich bij koninklijk besluit in 1931 op betwistbare gronden in Maastricht zijn naam liet veranderen in Lardinois.

Pas met de invoering van de burgerlijke stand rond 1800 stabiliseerde de spellingsvormen min of meer. In Noorbeek en omgeving zien we overwegend de vorm Lardinois, in Eckelrade-St. Geertruid de vorm Lardenois en in Heugem Lardenoij en later Lardenoije.

Er ontwikkelde zich op het grondgebied van het Waalse België en in het noorden van Frankrijk en ook wel in Vlaanderen door de eeuwen heen een grote populatie naamdragers Lardinois en varianten daarop. Door de godsdienstperikelen in de 16e en 17e eeuw verspreidde een deel zich buiten dit territorium naar Nederland (Middelburg, Leiden en Amsterdam), Engeland en Duitsland. Daar is nu niet veel meer van terug te vinden, ook niet in Nederland. Mogelijk dat de naam van Ardenne en Dardenne hier een uitvloeisel van is. De naam van Ardenne was echter al vroeg in de 16e eeuw in de omgeving van Dordrecht gegoed.

 

Begin 17e eeuw trok ene Jan Lardinois uit de omgeving van Herve naar het noorden en vestigde zich in Noorbeek. Daarmee werd de omvangrijke Nederlandse stam gevestigd, waar uiteindelijk grootvader Frans Lardenoije deel van uitmaakt.

 

Francus Hubert Lardenoije (1881-1956)

 

 

 

[1] Cartulaire de l’eglise Saint-Lambert de Liège, pub. S. Bormans en E. Schoolmeesters, Brussel 1893.

[2] Famelette vinden we iets ten noorden van Hoei.

[3] Spontin is een dorpje iets oostelijk van de Maas tussen Namen en Dinant. Het stamslot van de Beauforts is hier nog in volle glorie te aanschouwen.

[4] “Yeeste van den Slag van Woeronc” van Jan van Heelu.

[5] Informatie ontleent aan de internetsite van de “Foundation for medieval genealogy”. Deze refereert aan publicaties van Goethals maar trekt veel aannamen van deze vooraanstaande Belgische genealoog uit de 19e eeuw over de voorouders en de nakomelingen van deze Willem in twijfel door het ontbreken van bronvermeldingen.

[6] Het kasteel van Sart-Bernard lag slechts een wandeling van 12 kilometer van kasteel Spontin verwijderd. Tegenwoordig is er geen spoor meer van te bekennen.

[7] Ville maakt deel uit van Ferrières in het uiterste zuiden van de huidige provincie Luik en in de Ardennen. In het dorp ligt het kasteel de Férot.

(8] RHCL 01.075 3479 pag. 72